.
Leidinggeven met je handen op je rug.
.
Leidinggeven is loslaten. Zo zou je Petra’s managementstijl kunnen samenvatten. Ik vind het mooi klinken, maar ben ook benieuwd hoe dat werkt in de praktijk. Want hoe doe je dat met een gloednieuw team, dat zorgt voor mensen met dementie die vrij zijn om te gaan en te staan waar ze willen?
De boerderij van Petra en Hein Blom staat middenin de uitgestrekte polders van het Groene Hart. Terwijl haar man de handen uit de mouwen steekt voor het melkveebedrijf, geeft Petra leiding aan Woonzorg Veld-Zicht. Op het boerenerf staat sinds afgelopen zomer een modern zorgcomplex, waar Petra samen met haar team zorgt voor zestien bewoners met dementie.
Veld-Zicht is een open instelling, een bewuste keuze waar Petra goed over nagedacht heeft. ‘We zien dat opsluiting vaak voor extra onrust zorgt bij deze doelgroep. Terwijl ik juist geloof dat we als mens het beste functioneren in vrijheid. Dat wordt niet ineens anders als je dement wordt. Wij laten onze bewoners zoveel mogelijk regie houden over hun eigen leven. Met resultaat, want we zien dat ze hierdoor hun menselijke waardigheid behouden, actiever zijn en meer zelf kunnen blijven doen.’
Ruimte en risico’s
Is dat niet spannend, zo’n open instelling? Petra: ‘Dat is het zeker. Om je een voorbeeld te geven: onze bewoners kunnen gewoon aan de wandel, van het erf af. Toen dat voor de eerste keer gebeurde, was dat best enerverend. Want hoe geef je ruimte, met oog voor eventuele risico’s? Ik vond het vooral ook boeiend om te zien dat daar binnen het team verschillend mee omgegaan werd. Het was best even zoeken. Gelukkig zijn we als team in korte tijd enorm gegroeid in het goed begeleiden van dit soort situaties.’
De ideeën die Petra heeft over zorg voor mensen met dementie, sluiten naadloos aan bij haar manier van leiding geven. ‘Ik zorg voor mijn team, maar wel met mijn handen op mijn rug. Binnen de kaders van hun taken en verantwoordelijkheden, geef ik hen ruimte om eventuele problemen zelf op te lossen. Zo kun je erop wachten dat er een moment komt dat teamleden onderlinge wrijving ervaren, gewoon omdat we mensen zijn. In zo’n situatie grijp ik niet in. Als een teamlid naar mij toe komt, luister ik en denk ik mee. Vervolgens kijken we samen naar waar de irritatie vandaan komt en waarom ze het bijvoorbeeld lastig vindt om iets bespreekbaar te maken. Daar help ik bij, maar uiteindelijk doet ze het helemaal zelf. Ik geloof dat mijn teamleden genoeg in huis hebben om er samen uit te komen.’
Samen als team
Heeft Petra adviezen voor teamleiders die ook bezig zijn een nieuw team op te bouwen? Petra: ‘Onlangs overleed een bewoner, dat was de eerste keer dat we dat hier meemaakten. De begrafenisondernemer vroeg of wij een afscheidsritueel hadden. Dat hadden we nog niet, maar als team hebben we toen samen iets vormgegeven dat waardig en passend was. Ik heb hiervan weer geleerd dat ik als teamleider niet alles hoef te weten en te kunnen. De mensen in mijn team hebben allemaal hun eigen expertise en in veel gevallen weten ze meer dan ik. Ik kan dit hele project wel op poten gezet hebben, maar zonder hen ben ik nergens. Daarom bedank ik hen altijd en geef hen vaak complimenten, sommige teamleden kregen dat bij hun vorige werkgever nooit te horen. Bij mij komt het recht uit mijn hart.’
Seizoenen
De laatste tip krijg ik nadat we een rondje hebben gelopen over het erf en de woonzorg. De herfstwind waait stevig door onze haren als we nog een selfie nemen met de boerderij als achtergrond. Petra: ‘Wij zijn nu net een paar maanden bezig en heus nog niet alles loopt op rolletjes. Daar spreken we ook over als team en ik hoor soms het ongeduld, dat dingen nog beter zouden moeten gaan. Dat begrijp ik ook, maar het boerenleven leert me ook dat we niet alles in de hand hebben en dat we ons mogen laten meevoeren door de seizoenen. Groei heeft tijd nodig, juist ook als team. Dat kun je niet afdwingen, dat moet je samen beleven.’
Ze vult aan: ‘Het is ook een kwestie van kijken. Wat wil je zien: wat er allemaal nog moet gebeuren of wat je nu al samen bereikt hebt? Ik sta graag stil om te genieten naar wat we voor elkaar gekregen hebben. Ik bedoel maar: een paar jaar geleden was hier alleen een oude stal. En kijk eens wat er nu staat!’
