Sommige medewerkers begrijp ik echt niet!

.

Ze gooit haar handen in de lucht wanneer ze de woorden uitspreekt: “Waarom doet ze altijd zo moeilijk! Zij laat me gewoon aan mezelf twijfelen als teamleider! Doe ik wat verkeerd?”.

Sanne zit tegenover mij in haar kantoor. Haar afdeling is verantwoordelijk voor de binnendienst van het bedrijf. Ze geeft nu zo’n jaar leiding aan zeven mensen. De afdeling loopt goed en resultaten worden behaald. Met collega Liesbeth loopt het echter vanaf het begin al niet lekker. “Voor Liesbeth ‘voelt het vaak gewoon niet goed’. Oh, ik ben echt zo allergisch voor zo’n uitspraak!”.

Wat gebeurt hier?

Een tijdje geleden had Liesbeth een gesprek bij Sanne aangevraagd. Liesbeth vertelde dat ze het moeilijk vond om dit geprek te voeren, maar dat ze graag wilde delen waar ze mee zat. “Vervolgens vertelt ze een heel verhaal over dat ze het niet veilig vind voelen in het team en dat ik te weinig oog heb voor emoties die spelen. Toen ik aan het einde vroeg wat ze nu eigenlijk van mij verwachtte, stoof ze huilend de kamer uit. Wat gebeurt hier?!”

Uit de teamscan die we later van de afdeling maken, komt naar voren dat Sanne in de wieg is gelegd om leiding te geven. Ze is strategisch, doelgericht en heeft een sterke visie. Ze weet wat er nodig is en hoe dit ingezet moet worden. Het verbaasd ons niet dat ze altijd haar targets behaald. Uit de scan komt ook naar voren dat Sanne erg rationeel is en dat ze zich laat leiden door feiten en niet door gevoel.

Kwartjes vallen

Liesbeth is overduidelijk een ander type. Ze is een echt gevoelsmens. Ze weet mensen goed aan te voelen en ze vindt het belangrijk dat mensen om haar heen “echt” zijn. Als ze het gevoel heeft dat mensen niet eerlijk worden behandeld dan neemt ze het gevraagd en ongevraagd voor ze op.

In een gesprek met beide vrouwen vallen er heel wat kwartjes. Sanne leert dat Liesbeth af en toe gewoon erkenning voor haar gevoel wil krijgen en niet meteen op een instructie of een advies zit te wachten. Liesbeth leert dat ze de neiging heeft om alles op zichzelf te betrekken en dat ze daar vaak ten onrechte conclusies aan verbindt.

Nadat we ze nog een aantal praktische handvaten hebben aangereikt zien we bij beide vrouwen een soort opluchting. Het inzicht in zichzelf en hoe dit werkt bij de ander heeft ervoor gezorgd dat ze samen een nieuwe weg in kunnen slaan. Zouden ze nu al inzien dat ze elkaar eigenlijk heel erg versterken?

Maarten Goossensen